School Kasterlinden krijgt kunstwerk “gevoelsspeeldoos” van Jef Geys in langdurige bruikleen

Via de gevoelsspeeldoos treedt kunst in dialoog met de maatschappij, in dit geval de school als onderdeel van de maatschappij. Tevens fungeert de gevoelsspeeldoos als stimulans voor creativiteit en samenwerking.

In 1966 ontwikkelde Jef Geys zijn gevoelsspeeldoos. Deze werd toen voor het eerst uitgetest in de Rijksmiddenschool van Balen. De bedoeling was om jongeren, met beperkingen of leermoeilijkheden, basisbegrippen uit de beeldende kunst bij te brengen. Zoals kleur, vorm, compositie en lijnen, als materiekennis zoals hardheid, zachtheid, beton, metaal, hout, steen, … De gevoelsspeeldoos bevatte hiervoor bouwstenen met verschillende kleuren en variërende formaten.

Jef Geys vroeg aan verschillende scholen om mee te werken aan het project. De scholen zouden dan voor een bepaalde tijd het werk ter beschikking krijgen. Hij diende tevens het project in bij de Koning Boudewijnstichting om te participeren in de productie van verschillende gevoelsspeeldozen voor verschillende scholen. Maar het was het toenmalige Ministerie van Nationale Opvoeding dat mee op de kar wilde springen. Jef Geys haakte af, om politieke manipulatie te vermijden.

50 jaar later na die eerste test komt de gevoelsspeeldoos terecht in school Kasterlinden, Sint-Agatha-Berchem. Kasterlinden is een school buitengewoon onderwijs, waar type 6, type 7 en type 9 vertegenwoordigd zijn in vier doelgroepen: een visusgroep, een bilinguale gehoorgroep, een taalgroep en een autismegroep. Tevens heeft deze school een kleuterafdeling, een lagere en een secundaire afdeling met opleidingsvormen 1, 2 en 3. Ook beschikt de school over een internaat en is er een GON werking voor elk type en voor type 4. Voor de jongeren van Kasterlinden is het belangrijk dat ze in een veilig leefklimaat hun eigen talenten kunnen ontwikkelen. Ze worden gemotiveerd om te leren. Kinderen leren hun eigen mogelijkheden inschatten, waardoor zelfvertrouwen, zelfredzaamheid, zelfstandigheid en zelfontplooiing groeien. Ook leerkrachten en begeleiders van Kasterlinden worden gestimuleerd om creatief en actief op onderzoek te gaan. Ze leren in dialoog met kinderen, ouders en externe partners keuzes maken en omgaan met hun beslissingen. Die interacties moeten leiden tot een goede integratie van de jongeren in de samenleving, zodat deze jongeren een positief en realistisch zelfbeeld creëren.

Visies van Kasterlinden en Jef Geys vinden elkaar in de gevoelsspeeldoos. Dit kunstwerk is geen werk dat in de inkomhal op de muur belandt, maar is een werkinstrument en een middel tot dialoog.

http://www.kasterlinden.be

____________________________________________________

L’école Kasterlinden obtient l’œuvre “Gevoelsspeeldoos” d’artist Jef Geys prêt à long terme.

Grâce à la “gevoelsspeeldoos” l’art entre dans un dialogue avec la société, dans ce cas l’école dans le cadre de la société.  La « gevoelsspeeldoos » stimule  la creativité et  la collaboration.

En 1966 Jef Geys a créé sa « gevoelsspeeldoos ».  Ce fut lors testée pour la première fois au Rijksmiddelschool de Balen.  Le but était d’enseigner les deux concepts de base de l’art  aux jeunes ayant un handicap ou des difficultés d’apprentissage.  D’Abord les couleurs, formes, compositions et lignes et en suite la connaissance de la matière comme la dureté, la douceur, le béton, le métal, le bois, la pierre etc….

La « gevoelsspeeldoos » contenant des blocs de construction avec différentes couleurs et tailles.

Jef Geys demande plusieurs écoles à participer au projet.  Pour un certain temps les écoles obtiendront l’œuvre disponible.  En même temps il a présenté le projet à la Fondation Roi Baudouin de participer à la production des multiples « gevoelsspeeldozen ».  Puis en même temps le Ministère de l’Education Nationale voulait aussi  sauter sur le chariot  et pour éviter des manipulations politiques Jef Geys abandonnait.

50 ans plus tard, après le premier test, la « gevoelsspeeldoos » arrive à l’école Kasterlinden, Berchem St-Agathe.

Kasterlinden est une école d’éducation spéciale ou les types 6,7 et 9, sont représentés dans quatre groupes.  Un groupe de vision, un groupe d’audience bilingue, un groupe de langue et un groupe d’autisme.  En plus l’école à un jardin d’enfants, , un département primaire et secondaire avec des modes de formation 1,2 et 3. L’Ecole dispose aussi d’un pensionnat et d’ une opération GON pour chaque type et pour type 4.

Pour les jeunes de Kasterlinden il est important qu’ils puissent développer leurs talents dans un environnement sécurisé.  Ils sont motivés à apprendre.  à évaluer leurs propres capacités , permettant la croissance de leur confiance en soi, l’autonomie, l’indépendance et l’auto-développement.

Même les professeurs et les superviseurs de Kasterlinden sont encouragés à être créatif et actif dans la recherche.  Dans le dialogue avec les enfants, les parents et autres partenaires extérieurs.  Ils apprennent à faire des choix et de faire face à leurs décisions.  Cet interactions devraient conduire à une bonne intégration des jeunes dans la société.  De sorte que les jeunes créent une image de soi positive et réaliste.

Visions Kasterlinden et Jef Geys se trouvent dans la » gevoelsspeeldoos ».  Cet œuvre n’est pas un travail qui se termine dans le hall d’entrée sur le mur, mais il est un outil et un moyen de dialogue.

http://www.kasterlinden.be

Inge Godelaine: ‘Smartieland’

Het werk van Inge Godelaine (°1964, Geel) laat zich niet eenvoudig vangen in enkele omschrijvingen. Godelaine walst in haar oeuvre in alle vrijheid doorheen verschillende media en disciplines: zowel via video en fotografie als door middel van potlood, penseel en verf weet ze haar verhalen trefzeker in beeld(en) om te zetten. Via al deze media weet Godelaine een beeldtaal open te plooien waarin cryptische, dan weer ironische of ronduit komische taferelen of situaties op gevatte wijze een plaats vinden.

Film

Inge Godelaine is misschien in de eerste plaats gekend voor haar filmwerk, waarin ze evenveel invalshoeken als thema’s aan bod laat komen. Behalve kunstenaarsportretten of vertellende, beschouwende films over kunst en/of kunstenaars, produceert ze ook korte animatiefilms waarin ze het bewegend beeld weet te gebruiken als ware het potlood en papier. Precies zoals in de rest van haar oeuvre, is ook haar filmwerk doordrongen van een heel eigen ‘rechttoe rechtaan’ aanpak. Zo zie je bijvoorbeeld in het filmpje Motorman (een samenwerking met het collectief ‘Humane Groene Boontjes’) hoe een in zwarte viltstift neergezet mannetje op een motor over een zwarte autoweg scheert en op een bepaald moment uit de bocht vliegt. Pas wanneer de camera afstand neemt, zien we dat het om de contouren van een naakt vrouwenlichaam gaat waarover de motor aan het rijden was. Zo wordt de kijker aan het denken gezet: maakt de motorman via het spoor dat zijn wielen achterlaat de tekening of volgt hij eerder ‘slaafs’ de sensuele lijnen van het getekende vrouwenlichaam tot hij – onvermijdelijk, zo lijkt – uit de bocht vliegt? Dit filmpje legt op schrandere en tegelijk grappige wijze de universele hysterie, hilariteit en misschien wel intrinsieke onmogelijkheid die de verhouding man-vrouw in onze maatschappij kenmerkt, bloot.

Eenzelfde humoristische inslag heeft ook het filmpje de 900, naar het gelijknamige schilderij (zie beneden). Hierbij krijgt het in het schilderij ‘gedecoreerde’ konijn via de bewegingen die Godelaine het laat maken de karikaturale allures van een buikdanseres. Ook hier komt de manier waarop de opgedirkte vrouw in de maatschappij wordt geacht zich te tonen en op afroep haar ‘kunstjes’ voor te doen gethematiseerd.

In een totaal ander type film toont ze dan weer bepaalde kunstenaars aan het werk, zoals bijvoorbeeld Walter Swennen. In plaats van het woord te gebruiken en een kunstenaarsgesprek te registreren zoals we misschien zouden verwachten, laat Godelaine de camera zelf het werk doen en door de kamer of het atelier glijden, nu eens inzoomend op een penseel en dan weer op een detail aan de wand of op de blik van de kunstenaar. Zonder verdere context of zogenaamd obligate uitleg vinden deze beelden uiteindelijk de kijker, en deze mag op zijn beurt gewoon… kijken. Op deze manier bevrijdt Godelaine de kunstenaar, zijn werk én ook de kijker heel even van de alomtegenwoordige ‘terreur’ van de kunstkritiek, die vaak een hindernis vormt voor een onbevangen, vrije blik.

Schilderen en tekenen

Eenzelfde directheid is ook terug te zien in het tweedimensionale werk van Inge Godelaine. Figuratie staat hierin voorop, maar nooit op een vrijblijvende manier. Ze komt steeds ten dienste van een verhaal, een anekdote, een filosofie, een levenshouding. Zo brengt ze bijvoorbeeld verschillende elementen of motieven samen op één doek, nu eens in gebalde composities en een andere keer bijna barok vertellend en uitwaaierend over de hele oppervlakte. Soms zijn haar werken heel eenvoudig van vormentaal: een achtergrond met één figuratief element op de voorgrond. Het is mogelijk dat de figuur in Pinguin rood bijvoorbeeld refereert naar een werkelijk bestaand personage uit de omgeving van de kunstenaar, maar even goed verwijst hij ook enkel naar zichzelf of vormen de kleur en het motief tezamen (rood en pinguin) een metafoor voor een bepaalde gebeurtenis.

Pinguin rood

Pinguin rood

Een andere keer duikt er een tafereel op waarin haast elke vierkante centimeter bedekt is met betekenis, beeld, tekening, inhoud of zogenaamde decoratieve elementen. Zo lijkt het werk Camouflage in haar schilderkunstige verschijning bijna een persiflage van het horror vacui principe,  en is het precies tegenovergesteld aan het werk Pinguin rood.

Camouflage

Camouflage

De titels die ze haar werken meegeeft, zijn een belangrijk gegeven in het oeuvre van Inge Godelaine. Alle werken krijgen een titel en vaak lijken ze niet meer dan een droge beschrijving van wat er op het doek te zien is, een beetje in Kempense ‘no-nonsense’-stijl. Maar precies deze ongecompliceerde ‘verwoording van het beeld’ geeft de titels vaak een extra betekenislaag, met een al dan niet ironische ondertoon. Door het laveren tussen enerzijds ‘eenvoudige’ en gestileerde over zeer uitgebalanceerde composities (zoals in De vergadering) en anderzijds eerder drukke en complexe schilderijen, maakt Godelaine uiteenlopende lezingen van haar werk mogelijk. Elke toeschouwer leest vanuit zijn eigen achtergrond en/of ervaring in het leven, kunst, politiek, specifieke omgeving, en nog belangrijker, vanuit zijn eigen ontvankelijkheid en  associatievermogen. Vele lezingen zijn dus mogelijk, geen enkele is fout.

De vergadering

De vergadering

Het werk van Godelaine lijkt in elk geval los van elke intentie om kunsthistorisch, zelfreferentieel – laat staan hermetisch – te zijn, te ontstaan, maar toont in al haar directheid een opvallende veelzijdigheid in het ‘kijken naar’ en ‘begrijpen van’ de wereld, de kunst en haar geschiedenis. Dat laatste komt ook in haar vele tekeningen en (reis)schetsen tot uiting, waarin beeldverhalen verschijnen naast impressies van bepaalde momenten, tentoonstellingsbezoeken, wandelingen of portretten. Als een fotocamera lijkt Godelaines potlood over het papier te schieten en in enkele snelle lijnen de situatie die voor de lens verschijnt te registreren.

Langvoort serie 111a

Langvoortserie

Keuken

Keuken

IMG_20170505_121215 IMG_20170605_115038

Reisschetsen…

‘Geel, rood, blauw,…’

Een ander niet te negeren aspect in het oeuvre van Godelaine is haar jarenlange en zeer nauwe samenwerking met kunstenaar Jef Geys (°1934, Leopoldsburg). Als zijn assistent en wonende in de Kempen leeft en werkt Godelaine al vele jaren in de nabijheid van de kunstenaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in haar werk verwijzingen hiernaar zijn terug te vinden. In sommige werken gebeurt dat heel letterlijk; bijvoorbeeld in de 900 (dat refereert aan ‘bar 900’ in Balen, in de jaren ’60 uitgebaat door Jef Geys en enkele van zijn kompanen, zie ook boven) of nog duidelijker in 6 K, waar centraal op het doek een van de zes afgebeelde ‘konijnen’ bezig is een portret van de kunstenaar te schilderen.

6 K

6 K

De 900

de 900

In andere werken wordt de omgeving of de sfeer van Jef Geys eerder onrechtstreeks in beeld gezet, zoals in ‘Op zoek naar Geel, rood, blauw, enz. …’, een werk dat een knipoog is naar de bekende anekdote waarbij het museum voor hedendaagse kunst in Gent jaren geleden het gelijknamige werk van de kunstenaar niet meteen kon lokaliseren. Godelaine laat hier twee konijnen en een kat te ‘geel-rood-blauw-gestipt-paard’ de zoektocht naar het verloren gewaande werk aanvatten. Tegelijk met het anekdotische zie je Godelaine hier ook kunsthistorische vraagstukken op tafel leggen, zoals de verwijzing naar de kleurenleer, de compositie en de doorwerking daarvan op vorm en inhoud van het schilderij.

Op zoek naar geel, rood, blauw, enz...

Op zoek naar Geel, rood, blauw enz….

Wat het onderwerp ook is dat Godelaine in beeld zet, elk doek is een nieuw begin en zo schildert ze gestaag een heterogeen en consequent onrechtlijnig oeuvre bij elkaar. Het is precies deze opeenstapeling van fragmenten en momentopnames, die haar oeuvre in het geheel zo fris en boeiend maakt. Het is alsof Godelaine stukken van de wereld ongefilterd en in volgorde van verschijnen op beeld vastlegt, zonder – zo lijkt – een hiërarchie aan te brengen in de betekenis of de ‘kwaliteit’ van wat er voor haar netvlies verschijnt. Naar analogie met het vermogen van de mens om in zijn waarneming het ene moment in te zoomen op een detail en even later weer terug te keren naar het overzicht, laat Godelaine zich leiden door wat zich aandient. Niet alleen de thema’s wisselen moeiteloos van invalshoek, ook het ‘camerastandpunt’ van de kunstenaar is permanent dynamisch en flexibel.

Samen negen prijzen

Samen negen prijzen

In de ogenschijnlijk naïeve beeldtaal waaruit Godelaine haar schilderkunst laat ontstaan, komen telkens weer nieuwe lagen van beelden en betekenissen vrij te liggen. Humor en relativering nemen hier een belangrijke plaats in. Alsof een natuurlijke weerstand tegenover alles wat naar kunstsnobisme zou kunnen ruiken, belet dat er ballast of ruis in het werk sluipt. Door middel van stilering zet Godelaine de minder alerte kijker bovendien makkelijk op het verkeerde been. Het gaat in haar werk namelijk om veel meer dan de ‘animatie-achtige’ teken- en vormentaal met schijnbaar kinderlijke inslag: dat Godelaine precies deze eenvoudige beeldtaal kiest om de tragiek van het dagelijkse leven leesbaar, behapbaar en verteerbaar te maken, getuigt van een bijzondere doortastendheid en scherpte. Geen werk en geen titel vat het geheel wellicht zo goed samen als Smartieland.

Smartieland

Iris Paschalidis, 21 oktober 2017

Contact us